5 slimme tips om je klopboormachine veilig en beter te gebruiken

De meeste doe-het-zelf klussen beginnen met dezelfde vraag: heb ik het juiste gereedschap en gebruik ik het wel goed? Zeker bij een klopboormachine merk je dat verschil meteen. Als je hem slim instelt en goed vasthoudt, gaat het boren soepeler en voelt het apparaat veel rustiger in je handen. Je hoeft echt geen ervaren klusser te zijn. Met een paar simpele aandachtspunten werk je netter, veiliger en met meer controle.

1. Kies altijd de juiste boor voor het materiaal

Een boor is geen boor. Beton, baksteen, metaal en hout vragen allemaal om een ander type bit. Een betonboor heeft een hardmetalen punt die klappen kan opvangen. Een metaalboor is juist slank en scherp. Voor hout gebruik je weer een ander ontwerp. Neem even de tijd om de juiste boor te pakken voordat je begint. Je maakt strakkere gaten en je voorkomt dat het apparaat onnodig slijt.
Controleer ook of de boor goed vastzit in de boorhouder. Trek er kort aan. Als hij wiebelt, opnieuw klemmen. Een losse boor kan uitschieten en dat wil je niet.

Je merkt tijdens het boren al hoe groot het verschil is wanneer je werkt met goed gereedschap, omdat je bewegingen rustiger blijven en de machine voorspelbaarder aanvoelt.

2. Gebruik de schoudersteun zodat je polsen heel blijven

De schoudersteun lijkt soms overbodig, maar dat is het niet. Zodra een boor vastloopt, kan de machine ineens draaien. Dat voel je direct in je polsen. De steun is er om dat op te vangen. Laat hem goed aansluiten op je arm en gebruik hem altijd wanneer je de klopfunctie inschakelt.
Bij grote of diepe gaten kun je één hand op het handvat zetten en de andere op de steun. Dat geeft rust en stabiliteit, vooral in harder materiaal zoals beton.

3. Stel snelheid en slag rustig af

Veel mensen zetten hun klopboormachine direct op de hoogste stand en hopen op het beste. Maar een lagere snelheid werkt vaak netter. In hout gebruik je vrijwel nooit de slagfunctie en begin je met een lage snelheid. Bij steen en beton schakel je de slag wel in en mag de snelheid hoger.
Start altijd rustig. Je voelt dan beter hoe het materiaal reageert. Pas daarna voer je de snelheid op tot het prettig werkt. Probeer het even op een stukje restmateriaal. Dat scheelt verrassend veel frustratie.

4. Laat de machine het werk doen

Man boort een gat in houten vlonder terwijl hij knielend werkt in de buitenlucht.
Rustige houding en lichte druk helpen bij precies boren in hout.

Het voelt soms logisch om extra te duwen, maar bij een elektrische klopboormachine werkt dat juist tegen je. Het apparaat heeft kracht genoeg om zelf door het materiaal te gaan. Als je te veel druk zet, raakt de boor sneller bot en worden je gaten rafelig. Houd de machine stevig vast, leun een beetje mee met je lichaamsgewicht en laat het toerental het zware werk doen. Je merkt dat de boor gelijkmatiger loopt en je resultaat veel strakker wordt, vooral als je nauwkeurig moet werken.

5. Verzorg je machine na elke klus

Een klopboormachine gaat veel langer mee als je hem even naloopt. Blaas stof en gruis weg bij de ventilatieopeningen. Haal de boor eruit en check of de boorhouder nog soepel sluit. Af en toe een beetje smering doet wonderen. Bij een accu-variant is het slim om de batterij niet leeg weg te leggen.
Zet je machine op een droge plek, liefst in een koffer of kast zodat hij niet vol stof komt te zitten. Het is een kleine moeite en je merkt het echt tijdens de volgende klus.

Met deze vijf tips voelt je klopboormachine veel prettiger aan. Hoe vaker je ermee werkt, hoe meer vertrouwen je krijgt in wat je doet. En dat maakt klussen meteen een stuk leuker.

Avatar foto
Ronald Barends

Ronald Barends is oprichter van Huislijn.nl en schrijft over de woningmarkt, kopen en verkopen, verduurzamen en woonkeuzes. Sinds 2005 volgt hij de ontwikkelingen in de woningmarkt op de voet en vertaalt hij deze naar heldere en praktische inzichten. Zijn artikelen helpen woningzoekers en huiseigenaren bij het maken van betere keuzes, van oriëntatie tot aankoop of verkoop.

Artikelen: 527