
De eerste winter met een houtkachel in je nieuwe huis: zo begin je goed
Een houtkachel of open haard staat bij veel woningzoekers hoog op het verlanglijstje. Bij de bezichtiging zie je het al helemaal voor je: de eerste koude avond met de kachel aan, lekker knus op de bank met je partner of gezin. Na de sleuteloverdracht blijkt dat er toch wat meer bij komt kijken dan simpelweg wat blokken hout aansteken. Want om een kachel efficiënt én veilig te gebruiken, moet je wel precies weten hoe deze werkt.
Laat altijd eerst de schoorsteen checken
Je weet natuurlijk niet zeker hoe vaak de vorige bewoners stookten. Laat daarom voordat je de kachel voor het eerst aansteekt het rookkanaal vegen en de schoorsteen controleren. Een erkende schoorsteenveger kan vervuiling en mogelijke gebreken in het rookkanaal signaleren die je zelf niet opvallen. Laat bij twijfel ook de staat en aansluiting van de kachel zelf door een vakman beoordelen.
Vraag bij deze controle altijd om een veegbewijs. Veel opstalverzekeraars stellen namelijk eisen aan het onderhoud van de schoorsteen. Mocht er onverhoopt iets misgaan, dan kun je in ieder geval aantonen dat je de boel hebt laten controleren. Bewaar daarom altijd het bewijs van de werkzaamheden.
Hang daarnaast een koolmonoxidemelder in de ruimte met de kachel en zorg voor voldoende toevoer van frisse lucht. Vooral in goed geïsoleerde woningen is voldoende ventilatie in huis extra belangrijk. Een houtkachel heeft voldoende verbrandingslucht nodig. Afhankelijk van het type kachel komt die uit de kamer of rechtstreeks van buiten.
Droog hout is de helft van het werk
Een veelvoorkomende oorzaak van rook en aanslag in de schoorsteen is te vochtig hout. Vers hout bevat veel water. Dat water moet eerst verdampen voordat het hout goed kan branden, en dat gaat ten koste van de warmte. Het gevolg: een lagere verbrandingstemperatuur, meer rookproductie, een zwarte ruit en aanslag in het rookkanaal.
Een vochtgehalte onder de twintig procent is een goede richtlijn. Wil je zeker weten dat het hout geschikt is? Meet het vochtgehalte dan met een vochtmeter op een vers gekliefd vlak van een blok. Ovengedroogd hout hoeft doorgaans niet meer thuis te drogen, mits het vochtgehalte inderdaad laag genoeg is. Je kunt natuurlijk ook kant en klaar haardhout kopen, waarmee je de lange droogtijd van zelf gekapt hout (bijvoorbeeld uit de tuin) bespaart.
Gebruik in elk geval alleen schoon, onbehandeld hout. Geverfd, geïmpregneerd hout en resthout van verbouwingen horen niet in de kachel thuis, want er kunnen giftige dampen vrijkomen wanneer je deze verbrandt.

Kies de houtsoort bij hoe je stookt
Niet elk hout brandt hetzelfde. Gebruik je de kachel vooral voor de sfeer op een avond in het weekend, dan volstaat een lichtere houtsoort zoals berken of elzen. Beide houtsoorten vatten snel vlam en geven een levendig vuur.
Wil je de kachel echt gebruiken om de woonkamer warm te houden, dan kun je beter voor zwaarder hout kiezen. Eikenhout is bijvoorbeeld dicht en zwaar, brandt doorgaans langzamer en houdt langer gloed vast. Daardoor hoef je minder vaak hout bij te leggen. Het moet wel goed droog zijn en brandt het prettigst wanneer de kachel al op temperatuur is.
De meeste mensen vinden het handig om de kachel aan te steken met aanmaakhout en kleinere, droge blokken, en pas wanneer de boel goed brandt grotere blokken eiken toevoegen.
Hoeveel hout heb je nodig?
Dat hangt af van hoe vaak je stookt, de grootte van de kachel en hoeveel warmte je nodig hebt. Een paar avonden per week stoken voor de sfeer is natuurlijk heel iets anders dan dagelijks het hele huis verwarmen.
Weet je nog niet hoeveel je gaat verbruiken? Koop dan eerst een kleinere voorraad en houd bij hoeveel blokken je per avond gebruikt. Zo voorkom je dat je meteen een hele pallet bestelt, waar je vervolgens de hele winter tegenaan kijkt.
Let ook op het vermogen van de kachel. Een te krachtige houtkachel kan een relatief kleine woonkamer snel oververhitten, waardoor je geneigd bent het vuur te smoren. Dat veroorzaakt juist een onvolledige verbranding en extra rook. Twijfel je of de kachel bij je woning past, lees dan waar je op moet letten bij het kiezen van de juiste houtkachel.
Denk daarnaast na over de opslag. Haardhout is verkrijgbaar in netzakken, halve pallets en hele pallets. Zakken zijn makkelijk te verplaatsen en nemen weinig ruimte in, maar een pallet is een stuk lastiger te verplaatsen. Bewaar het hout droog en goed geventileerd, bij voorkeur onder een afdak. Zet de stapel liever niet op de grond of tegen de gevel aan.
Houd bij het stoken rekening met de buren
Als je net verhuisd bent, wil je natuurlijk geen gedoe met de nieuwe buren. Houtrook bevat schadelijke stoffen, ook wanneer je droog hout gebruikt en de kachel correct gebruikt. Stook daarom niet bij windstil of mistig weer, want dan kan de rook blijven hangen, waardoor mensen er last van hebben.
De Stookwijzer is een goede manier om te controleren of de omstandigheden geschikt zijn. Die geeft per postcodegebied aan wanneer houtstook extra overlast veroorzaakt. Bij code oranje of rood is het advies om niet te stoken, zeker als je veel directe buren hebt. Controleer ook de regels van je gemeente, want plaatselijk kunnen strengere beperkingen gelden.
Steek het vuur bij een geschikte houtkachel van bovenaf aan, volgens de Zwitserse stookmethode. Leg grotere blokken onderop en kleinere stukken aanmaakhout bovenop. Met voldoende luchttoevoer zorgt dit tijdens het aansteken doorgaans voor minder rook dan wanneer je het vuur onderaan begint.
Met een gecontroleerde kachel, droog hout en aandacht voor de omgeving voorkom je veel problemen in je eerste stookseizoen. Beginnen de temperaturen te dalen en is stoken volgens de Stookwijzer toegestaan? Dan is het tijd voor jullie eerste vuurtje en is het genieten geblazen van de gezelligheid die dit met zich meebrengt.



