Welke kaars past in welke houder? Tips voor sfeervol kaarslicht

Je zet een dinerkaars in een mooie kandelaar, maar hij is veel te groot voor de houder. Of je steekt een stompkaars aan en ontdekt een uur later dat het kaarsvet over de rand van het schoteltje loopt dat je eronder had gezet. Het zijn kleine ergernissen die je eenvoudig kunt voorkomen. De juiste combinatie van kaars en houder maakt daarin het verschil, net als de plek waar je ze neerzet. Met een paar praktische vuistregels zorg je dat kaarsen stevig staan, mooier branden en het licht goed over de kamer wordt verdeeld.

Wat is het verschil tussen een kandelaar, plateau en lantaarn?

Een kandelaar heeft een smalle opening voor lange, dunne kaarsen. Een plateau of schotel is bedoeld voor stompkaarsen die zelfstandig rechtop blijven staan, net als een lantaarn. Bij een lantaarn staat de kaars achter glas, waardoor deze niet kan uitwaaien; ideaal voor in de tuin! Hetzelfde geldt voor relatief diepe theelichthouders van glas. Ook deze kun je gemakkelijk buiten gebruiken, zelfs als het een beetje waait.

Zoek je een mooie kaars voor een nieuwe kaarshouder? Dan is het handig om de binnenmaat op te meten, want zowel dinerkaarsen als kaarshouders zijn er in verschillende maten. De ene kaars is wat dikker, de andere wat dunner. Om ervoor te zorgen dat de kaars altijd past kun je voor een wat dikker exemplaar gaan en daar met een scherp mesje aan de onderkant wat vanaf snijden. Anders maak je een te kleine kaars gemakkelijk passend met een geribbeld, aluminium cupje.

Let ook op het gewicht en de vorm van de houder. Een hoge dinerkaars in een smalle, lichte kandelaar kan gemakkelijk omvallen als iemand tegen de tafel stoot. Een brede, zware voet is een stuk stabieler. Bij glazen houders is het belangrijk dat ze daadwerkelijk geschikt zijn voor brandende kaarsen. Een gewoon drinkglas of decoratief potje is namelijk niet altijd bestand tegen de hitte, waardoor het kapot kan springen of kan barsten.

Welke kaars hoort bij welke houder?

Niet alleen de vorm, maar vooral de maat bepaalt of een kaars goed past. De meest voorkomende combinaties zijn als volgt:

Soort kaarsGeschikte houderWaarop letten?
DinerkaarsKandelaarControleer de opening: een diameter van minstens 22 mm is aan te raden.
StompkaarsPlateau of brede houderDiameter vaak 5–10 cm. Zorg voor genoeg ruimte om kaarsvet op te vangen.
TheelichtjeGeschikte glazen of metalen houderStandaardcup circa 3,8 cm. De houder moet tegen hitte kunnen.

Een lantaarn is niet automatisch geschikt voor iedere kaars. Controleer welk formaat de fabrikant aanbeveelt en of er voldoende ruimte boven de vlam overblijft.

Voor een schaal op de salontafel kan een brede kaars met meerdere lonten mooi werken. Houd wel rekening met de warmte. Meerdere lonten kunnen samen behoorlijk wat hitte afgeven. Zet zo’n kaars daarom niet rechtstreeks op een kwetsbaar houten tafelblad, maar op een geschikte hittebestendige ondergrond.

Brand je graag theelichtjes? Dan is het goed om te weten dat deze aan de randen meestal niet geheel opbranden als ze in een te lage houder staan. Door een iets hogere houder te kiezen, smelt het kaarsvet in zijn geheel, waardoor het theelichtje langer brandt.

Tips voor sfeervol wonen met kaarsen
Kaarsen zijn vooral in de wintermaanden dé manier om meer sfeer te creëren in huis.

Waarom staat een dinerkaars scheef in de kandelaar?

Meestal is de voet van de kaars net iets te dik of te dun voor de opening. Is hij iets te dik, houd de onderkant dan kort in warm, niet kokend water. Het kaarsvet wordt wat zachter, waardoor je de kaars gemakkelijker passend kunt maken. Forceer hem niet, zeker niet in een glazen kandelaar.

Zit hij juist te los, gebruik dan een speciaal kaarsenplakschijfje. Daarmee zet je de kaars steviger vast zonder papier of ander brandbaar materiaal in de opening te stoppen.

Een scheefstaande kaars kan sneller druipen, maar ook tocht speelt een rol. Staat een kandelaar vlak bij een deur die regelmatig opengaat, dan beweegt de vlam steeds heen en weer. Daardoor kan het kaarsvet ongelijkmatig smelten en brandt de kaars sneller op.

Waarom druipt of roet een kaars?

Een kaars die veel druipt, hoeft niet van slechte kwaliteit te zijn. Soms is de lont te lang of staat de kaars op een tochtige plek. Ook door een bewegende vlam smelt het kaarsvet aan één kant sneller, waardoor dit kan gaan druipen

Ook zwarte aanslag aan de binnenkant van een glazen houder kan met de lont te maken hebben. Is die te lang, dan kan de vlam te groot worden en veel roet produceren. Knip een lont vóór het aansteken terug tot ongeveer vijf à zes millimeter, tenzij de fabrikant anders adviseert.

Wordt de vlam opvallend hoog of begint de kaars sterk te roeten? Doof hem dan en controleer de lont en de plek waar hij staat. Een rustige, gelijkmatige vlam is niet alleen veiliger, maar ook mooier om naar te kijken.

Hoe verdeel je kaarslicht over een kamer?

Met één of enkele kaarsen op tafel creëer je een eilandje van licht, terwijl de rest van de kamer donker blijft. Daarom is het vaak mooier om op verschillende plekken en hoogtes te werken. Denk aan een paar dinerkaarsen op de eettafel, enkele theelichtjes op een bijzettafel en een windlicht (lantaarn) op een dressoir tegen de muur.

Zet dus zeker niet alle kaarsen dicht bij elkaar. Met wat afstand ertussen creëer je allerlei verschillende lichtpunten, waardoor de kamer meer diepte krijgt. Houd daarbij voldoende ruimte tussen de vlammen, zodat de kaarsen elkaar niet onnodig verwarmen, met lelijke druipers als gevolg.

Ook de hoogte maakt verschil. Een lage kaars op de salontafel geeft sfeer zonder het zicht op de televisie of je gesprekspartner te hinderen. Op een eettafel kunnen hoge kandelaars juist mooi zijn, zolang je er nog overheen kunt kijken of ze precies tussen twee personen in staan. Een spiegel achter een groepje kaarsen kan het licht weerkaatsen, waardoor het aantal kaarsen optisch wordt verdubbeld.

Kaarslicht alleen is meestal niet genoeg om prettig bij te lezen. Combineer kaarsen daarom met een dimbare staande lamp naast de bank. In een goed lichtplan voor de woonkamer wordt zowel functioneel licht als sfeerverlichting meegenomen, zodat je gemakkelijk op elk moment de juiste sfeer neerzet. Zo hoef je niet overal kaarsen neer te zetten om de kamer gezellig te maken.

Waar kun je beter geen kaarsen neerzetten?

Een vensterbank lijkt een mooie plek voor een set kaarsen, zeker als je het kaarslicht in het raam ziet weerspiegelen. Toch is dat niet altijd verstandig. Gordijnen kunnen te dicht bij de vlam komen en de warmte van een radiator kan ervoor zorgen dat een kaars zacht wordt of kromtrekt.

Ook een boekenkast is geen geschikte plek voor een brandende kaars, zeker wanneer er boeken of andere brandbare materialen dichtbij staan. Bovendien kan de warmte onder een plank blijven hangen en lelijke roetplekken veroorzaken.

Wil je een brandende kaars verplaatsen? Pas daarmee op, want zowel metalen als glazen houders kunnen tijdens het branden zo heet worden dat je ze niet zomaar kunt oppakken. Laat ze dus eerst volledig afkoelen.

Voor een donkere hoek waar weinig ruimte is voor een kaars, kan een wandlamp een betere oplossing zijn. Daarmee voeg je gericht licht toe zonder een open vlam tussen je spullen te zetten.

Op een eettafel of vrij dressoir komen echte kaarsen beter tot hun recht, mits ze stevig staan en je ze altijd in het zicht houdt. Voor smalle vensterbanken, volle boekenkasten en andere lastige plekken zijn ledkaarsen een praktische oplossing. Zo kun je sfeervol licht over de kamer verdelen zonder overal kaarsen te branden. Ledkaarsen zijn ook ideaal voor huishoudens met kleine kinderen of huisdieren, want ze zijn veel veiliger in gebruik.

Stephanie Hopmans - auteur Huislijn
Stephanie Hopmans

Stephanie Hopmans schrijft over interieur, woontrends en het creëren van sfeervolle en functionele woonruimtes. Met haar ervaring binnen de woonsector vertaalt zij ontwikkelingen en ideeën naar praktische inzichten voor het inrichten en verbeteren van het huis.

Artikelen: 239