Woningwaarde verhogen door verduurzamen: wat werkt?

Een lagere energierekening, minder tocht en een huis dat in de zomer langer koel blijft: verduurzamen levert direct iets op. Maar stijgt de woningwaarde met hetzelfde bedrag als de investering? Niet automatisch. Kopers kijken vooral naar het energielabel, de verwachte woonlasten en het werk dat hun na de overdracht nog te wachten staat. De beste maatregel is daardoor niet per definitie de nieuwste techniek.

Een beter energielabel telt mee in de verkoopprijs

Het energielabel maakt de energieprestatie van een woning zichtbaar. Bij vergelijkbare woningen kan een gunstiger label daarom verschil maken. Kopers weten dat een slecht geïsoleerd huis niet alleen hogere maandlasten heeft, maar vaak ook een verbouwing vraagt.

Dat effect is terug te zien in woningmarktdata. NHG en brainbay analyseerden hiervoor 15.000 koopwoningen met energielabel B tot en met G. Bij volledige isolatie werd de investering bij 85 procent van de onderzochte woningen door de waardestijging terugverdiend. Gemiddeld lag de waardestijging zelfs hoger dan de gemaakte kosten.

Dat is geen garantie voor ieder huis. Het oorspronkelijke label, het woningtype, de locatie en de staat van onderhoud blijven bepalend. Maar bij een woning met een slecht label kan verduurzaming duidelijk meer doen dan alleen de energierekening verlagen.

Begin met de warmte die verloren gaat

Bij een woning met label E, F of G is isolatie vaak de logischste eerste ingreep. Dak-, gevel- en vloerisolatie en HR++-glas beperken het warmteverlies en verhogen het comfort. Ze vormen bovendien de basis voor een warmtepomp. Zonder die basis kan een nieuwe installatie onnodig veel energie gebruiken of moeite hebben om het huis warm te krijgen.

Losse maatregelen stapelen zonder eerst naar het geheel te kijken, werkt minder goed. Wie het energielabel van de woning wil verbeteren, kan beter beginnen met de zwakste delen van de gebouwschil. Laat ook ventilatie meewegen. Een kierdicht huis zonder voldoende luchtverversing is energiezuiniger op papier, maar niet prettiger om in te wonen.

Voor isolatie, een warmtepomp en enkele andere maatregelen kan ISDE-subsidie beschikbaar zijn. De voorwaarden en bedragen veranderen. Controleer daarom vóór het geven van de opdracht de actuele regeling van RVO.

Zonnepanelen tellen mee, maar de rekensom verandert

Zonnepanelen kunnen het energielabel verbeteren en verlagen de hoeveelheid stroom die je moet inkopen. Voor een koper zijn het bouwjaar van de installatie, het vermogen, de resterende garanties en het eigendom minstens zo belangrijk. Gehuurde panelen of een verouderde omvormer kunnen juist extra vragen oproepen.

In 2026 kan opgewekte stroom nog worden gesaldeerd. Vanaf 1 januari 2027 stopt de salderingsregeling. De waarde van zonnepanelen zit daarna sterker in de stroom die direct in huis wordt gebruikt en minder in grote overschotten die naar het net gaan. Milieu Centraal legt uit waarom het aantal panelen moet passen bij het huidige én toekomstige verbruik.

Een huishouden dat overdag weinig stroom gebruikt, maakt daardoor een andere rekensom dan een huishouden met een elektrische auto of warmtepomp.

Een thuisbatterij heeft een ander doel

Een thuisbatterij bewaart zonnestroom van overdag voor gebruik in de avond. Daarmee kan het eigen verbruik van zonne-energie toenemen, maar de batterij slaat geen zomerstroom op voor de winter. Wie een thuisbatterij voor zonnepanelen overweegt, moet daarom eerst nagaan hoeveel stroom er dagelijks overblijft en wanneer die energie weer nodig is.

Kijk vervolgens naar de bruikbare opslagcapaciteit, het laad- en ontlaadvermogen, omzettingsverlies, garantie en samenwerking met de bestaande omvormer. Noodstroom is evenmin vanzelfsprekend: daarvoor moet het systeem een geschikte back-upfunctie hebben en correct zijn aangesloten. Ook een directe stijging van het energielabel of de verkoopprijs is niet verzekerd.

Een thuisbatterij is daarom vooral een hulpmiddel om het stroomgebruik te sturen, niet om de woningwaarde te verhogen.

Reken met drie verschillende opbrengsten

Neem als vereenvoudigd voorbeeld een tussenwoning uit de jaren zeventig met energielabel E. Een energieadviseur berekent dat de woning met dak-, vloer- en spouwmuurisolatie naar label C kan. De bijbehorende offertes komen gezamenlijk uit op ongeveer € 12.000 vóór subsidie.

De eigenaar krijgt dan drie verschillende opbrengsten. Het huis verliest direct minder warmte, het energieverbruik daalt en bij een toekomstige verkoop staat er een gunstiger label in de advertentie. Dat betekent niet dat de vraagprijs automatisch met € 12.000 stijgt. Wel verdwijnt een deel van het werk dat een koper anders zelf zou moeten uitvoeren.

De termijn maakt eveneens verschil. Wie nog tien jaar in het huis blijft wonen, profiteert lang van lagere lasten en meer comfort. Staat verkoop volgend jaar al op de planning, dan wegen de labelsprong, de uitvoeringskosten en de resterende overlast anders. Is een extra labelstap de aanvullende investering en verbouwing dan nog waard? Een energieberekening alleen geeft daarop geen antwoord.

De uitkomst verschilt per woning, want niet elke investering verdient zich vanzelf terug. Laat daarom vooraf berekenen welke labelstap haalbaar is en vergelijk die met de netto kosten en de geplande verkooptermijn. Bij een woning met veel warmteverlies ligt de eerste investering vaak in het dak, de gevel, de vloer of het glas.

Leonie van der Laan - auteur Huislijn
Leonie van der Laan

Leonie schrijft op Huislijn over het inrichten van kleine woningen en het optimaal benutten van ruimte. Met praktische oplossingen en slimme indelingen laat ze zien hoe je ook van een compacte woning een comfortabel en functioneel thuis maakt.

Artikelen: 56